060 / E-factureren

E-facturatie per 1 januari 2026 – Wat verandert er nu écht?

Er doen allerlei berichten de ronde over een vermeende verplichting om vanaf 1 januari 2026 uitsluitend nog e-facturen te versturen. Dat zorgt voor verwarring, want wat verandert er nu echt in Nederland?

ViDA

De Europese Commissie werkt aan een breder programma genaamd ‘VAT in the Digital Age’ (ViDA). Eén van de speerpunten daarin is het invoeren van verplichte e-facturatie tussen bedrijven (B2B) binnen de EU. In sommige landen zijn deze regels inmiddels al in gang gezet. Denk aan Italië, Frankrijk en Polen, waar e-factureren voor B2B inmiddels stapsgewijs verplicht wordt gesteld.

Boekhoudpakketten

In Nederland is dat op dit moment nog niet het geval. Er is géén wettelijke verplichting om per 1 januari 2026 al je B2B-facturen elektronisch aan te leveren in UBL- of XML-formaat. Toch zien we wel degelijk beweging in de markt. Boekhoudpakketten zoals Exact Online en e-Boekhouden zetten steeds meer in op het automatisch verwerken van e-facturen. De infrastructuur is dus aan het verschuiven, en de verwachting is dat Nederland op termijn zal aansluiten bij de Europese lijn.

Gestructureerd UBL-bestand

Voor ondernemers betekent dit dat je nog niet verplicht bent om e-facturen te versturen, maar dat je er wél goed aan doet om voorbereid te zijn op het kunnen ontvangen en verwerken ervan. Steeds meer leveranciers voegen namelijk al een gestructureerd UBL-bestand toe naast de gebruikelijke pdf. Moderne boekhoudsoftware kan zo’n bestand automatisch inlezen, afletteren en verwerken zonder dat je er handmatig iets voor hoeft te doen. In Exact Online, om een voorbeeld te noemen, werkt dat proces al grotendeels automatisch.

e-factuur?

Maar wat is een e-factuur nu precies? Het gaat hierbij om een digitaal en gestructureerd bestand – meestal in UBL- of XML-formaat – dat door boekhoudsoftware kan worden ingelezen zonder handmatige tussenkomst. Een pdf voldoet dus niet aan de definitie van een e-factuur, ook al wordt die vaak nog zo genoemd. De echte meerwaarde van e-facturatie zit juist in die automatische verwerking.

Pepol

In dat kader is het ook goed om Peppol te noemen. Dit is het beveiligde Europese netwerk waarmee e-facturen (en ook orders en creditfacturen) tussen bedrijven en overheden worden uitgewisseld. Steeds meer organisaties zijn aangesloten op Peppol, waardoor je als leverancier of afnemer facturen veilig, automatisch én gestandaardiseerd kunt verzenden en ontvangen. Ook veel boekhoudsystemen zijn inmiddels gekoppeld aan Peppol. Als je software of e-facturatiedienst dit ondersteunt, kun je bijvoorbeeld direct een factuur sturen naar de gemeente of een grote zakelijke klant zonder dat daar nog een e-mail of pdf aan te pas komt. (Wat zegt de overheid hierover en is er een e-facturen helpdesk?)

Kortom…

Op dit moment is er in Nederland nog geen verplichting, maar de beweging richting digitaal en gestructureerd factureren – met Peppol als belangrijke schakel – is onmiskenbaar ingezet. Zorg dus dat je boekhoudsoftware voorbereid is op het verwerken van UBL-facturen en informeer je leveranciers en klanten over de mogelijkheden.

Jaap (en je weet, heb je vragen neem dan gerust contact met me op!


059 / Uit een dagboek van een collega administratiekantoor

Kwam ik tegen, eigenlijk best wel nuttig om zo nu en dan dit soort checklists jullie voor te leggen. Dit bericht is van Isolde van Finance Anders, bereikbaar per mail isolde(at)financeanders.nl

“Er is aangekondigd dat de belastingdienst in 2025 extra gaat controleren op privé kosten die zakelijk worden geboekt.

Ik zie bij mij in de praktijk ook echt de eerste onderzoeken al aangekondigd worden, het is dus geen loos dreigement.

Waar moet je als ondernemer nou op letten?

Wat is wel en wat is niet zakelijk bijvoorbeeld :

Wel zakelijk:

  • Internet op kantoor
  • Abonnement LinkedIn
  • Software die je zakelijk gebruikt (boekhouding, marketing, etc)
  • Auto (is een keuze, indien zakelijk en privé gebruik dan bijtelling)
  • Reizen met zakelijk karakter (conventie of congres) het eten en drinken daar mag je ook zakelijk nemen maar is beperkt aftrekbaar.

Niet zakelijk:

  • De sportschool
  • Etentjes met andere ondernemers (tenzij het een klant is, vermeld dan de naam van de klant op de bon) is beperkt aftrekbaar.
  • Kleding (tenzij onder voorwaarden en bedrijfslogo erop)
  • Persoonlijke verzorging (kapper, masseur, nagellak etc)

En verder…

  • Indien je thuis werkt en je internet en TV samen hebt, bedenk dan een verhouding. Bijvoorbeeld 50% zakelijk.
  • Koop je een laptop, die je inzet als werkplek (ook voor thuis) dan kun je die kosten wel zakelijk opvoeren. Investeer je in bedrijfsmiddelen > 450.- euro dan mag je hierop afschrijven en kun je in aanmerking komen voor de Kleine Investeringsaftrek (28% van het aanschafprijs mag je dan van de winst aftrekken waarover je belasting betaald).
    Je moet dan in heel 2025 wel voor meer dan 2.900.- euro investeren.

Rij je in je privé auto ook zakelijke kilometers?

  • Hou dan je privé autokosten ook bij, je kan dan namelijk ook de btw van deze kosten op het einde van het jaar terugvragen mits je kan aantonen welke verhouding zakelijk en privé kilometers waren. Ook moet je dan de kosten natuurlijk goed bijhouden…”


057 / Forfaitair vs. Werkelijk Rendement en Ongerealiseerd Resultaat

De Complexiteit van Box 3

In Nederland kennen we een bijzondere benadering van vermogensrendement, vooral als we het hebben over Box 3 in de inkomstenbelasting. Dit is de box waarin vermogensinkomsten worden belast, zoals spaargeld, beleggingen en tweede huizen. Echter, er zijn vaak misverstanden en onduidelijkheden over hoe het rendement wordt berekend en belast. In dit artikel duiken we dieper in op het verschil tussen forfaitair rendement, werkelijk rendement, en de rol van ongerealiseerd resultaat bij beleggingen.

Wat is Forfaitair Rendement?

Forfaitair rendement is een door de overheid vastgestelde schatting van het rendement dat een gemiddelde belastingplichtige zou kunnen behalen met zijn of haar vermogen. In Box 3 wordt niet gekeken naar het daadwerkelijke rendement dat je op je vermogen hebt behaald, maar naar een verondersteld rendement. Dit forfaitaire rendement is afhankelijk van de hoogte van je vermogen en wordt berekend volgens vaste percentages die jaarlijks worden aangepast. Het idee hierachter is om de belastingheffing te vereenvoudigen, maar in de praktijk kan dit leiden tot situaties waarin je belasting betaalt over een rendement dat je nooit hebt gerealiseerd.

Werkelijk Rendement: De Realiteit Achter de Cijfers

In tegenstelling tot het forfaitaire rendement, verwijst werkelijk rendement naar het daadwerkelijke resultaat dat je behaalt op je beleggingen en spaargeld. Dit kan bestaan uit rente, dividenden, huurinkomsten en koerswinsten (of verliezen). Het werkelijke rendement kan aanzienlijk afwijken van het forfaitaire rendement, vooral in tijden van economische volatiliteit. Als je bijvoorbeeld een negatief beleggingsjaar hebt, kan het voorkomen dat je werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement, maar je toch belasting moet betalen over een fictief positief rendement.

Ongerealiseerd Resultaat: De Onzichtbare Speler

Je hebt gelijk, het ongerealiseerde resultaat speelt inderdaad een rol in de berekening van het werkelijke rendement. Hier is een verbeterde versie van het uitlegstukje:

Ongerealiseerd Resultaat: Winst of Verlies op Papier

Bij beleggen kun je te maken krijgen met iets wat ‘ongerealiseerd resultaat’ wordt genoemd. Dit betekent dat je winst of verlies hebt op je beleggingen, maar dat je dit nog niet echt in je portemonnee voelt omdat je de belegging nog niet hebt verkocht.

Stel dat je aandelen hebt gekocht voor €1.000 en die aandelen zijn nu €1.500 waard. Je hebt dan op papier €500 winst gemaakt, maar zolang je die aandelen niet verkoopt, heb je dat geld nog niet daadwerkelijk in handen. Dit noemen we een ongerealiseerd resultaat. Hetzelfde geldt als je aandelen minder waard worden; je hebt dan op papier een verlies, maar als je niet verkoopt, is dat verlies nog niet definitief.

Hoewel dit ongerealiseerde resultaat nog niet echt geld is dat je kunt uitgeven, telt het wel mee als je kijkt naar je werkelijke rendement. Je werkelijke rendement is het totaal van alles wat je hebt verdiend of verloren, inclusief die ongerealiseerde winsten of verliezen. Dus als je beleggingen in waarde stijgen, gaat je werkelijke rendement omhoog, ook al heb je de winst nog niet verzilverd.

Dit kan verwarrend zijn, omdat je op papier rijker of armer lijkt dan je je misschien voelt. Je ziet de waarde van je beleggingen veranderen, maar dat geld heb je pas echt als je de beleggingen verkoopt. Toch is het belangrijk om te begrijpen dat dit ongerealiseerde resultaat al meetelt in het werkelijke rendement, ook al is het nog niet gerealiseerd.